In memoriam

* Venhuizen 12 april 1930
† Venhuizen 20 maart 2021

Jaap Hogentoorn

Marsepein, roosjes op bruidstaarten, soesjes, taart met glazuur: zoet gebak, meer dan van brood, daar hield hij van: Jaap Hogetoorn die de wereld van brood en broodbakken leerde kennen van zijn pa, daar achter die slaapkamer, op de Buurt in Venhuizen. Als je de donkere gang door ging, kwam je in de bakkerij, daar vond de jonge Jaap Hogetoorn zijn roeping, zijn bestemming.

Een leven lang kneden en bakken volgde. Ja tot vorig jaar. Hij werd 90, de straat liep voor hem uit, hij trakteerde en later trakteerde hij in de kerk.

Weldadigheid, zonder overdrijving, dat was zijn stijl. Dat terwijl zijn vader alleen een lampje kocht voor de bakkerij en verder geen cent uitgaf. Wel leerde hij gepaste sociale omgang van hem. Zo was oma er in huis, dement; er was een meisje met rood haar. Jaap die al snel ontdekt: “Je leeft allemaal je eigen leven.”

Weldadig ook warm zijn toewijding aan zijn vak, opgeklommen na het werken met pa via de ambachtsschool Hoorn, in dienst als kok, bakker in Oostwoud, Zaandam, zijn leerschool. Spijt had hij nooit. Zoon Jaap is in zijn voetsporen getreden, alsof het voorbestemd was, daar was hij trots op maar zei hij: “het was zijn vrije keus”. Ja, de dochters waren in die tijd niet voorbestemd dat te doen, zo ging dat in die dagen.

“Ik heb een gelukkig, goed huwelijk gehad”. Annie leerde hij kennen in de Zuiderkerk te Enkhuizen, hij was 24, zij 20. Het was goed. “Trots ben ik op mijn kinderen”. Hij schaakte de laatste maanden steevast op maandag met Gerda. Was trots op Carla: verpleegster. Wietske miste hij sinds haar overlijden altijd. Ja en dan sprak hij over Ellen, die verpleegster in de Bosman is. “Zo trots ben ik op mijn kinderen” zei hij vaak. “Wat mag je nog meer verlangen, ze doen hun best, nooit zal ik oordelen”.

Lang woonde hij op de Kerkweg: “een goede plek om te wonen, schoonvader sprong in het begin financieel bij; wij hadden niets”. Eerst woonde hij met Annie op nummer 9, daarna op nummer 12.

Het geloof stond centraal in zijn leven. Dat veranderde binnen en buiten, daarvan moest hij ontdekken dat “binnen en buiten het geloof staan niet zo verschilt:” “Dat verschilt niet zo, ik ben uitgekomen in een kerkgevoel zonder dwang”. Hij werd ruimer in zijn opvattingen.

Voor alles stond voor hem de Bijbel centraal. “De Bijbel: het staat er niet zo maar in, moet ik bepalen of het er staat?”, zo zei hij het regelmatig. Toen de brand in de kerk, hij gaf de gemeente in 2005 een kanselbijbel.

Jaap die zo actief was in de kerk: veel ambten bekleedde hij, kerkvoogd en ook koster. Deelnemer leerhuis. Veel genoten heeft hij van de Bijbelgesprekskring, “daar heb ik wat aan”. Weldadigheid, gekend zijn in wat je zoekt en hoopt.

Dé chazan, voorzanger, was hij zo’n beetje van deze gemeente: “het loflied is mij lief.” En zo zat hij ook zo vaak op dat krukje voor zijn orgel, speelde psalmen en gezangen en zong die in voor de zondagen die komen zouden.

Tijdens de gedachtenisdienst lazen we uit het evangelie van Johannes dat “God in de Zoon zijn leven gaf zodat we niet verloren gaan”. Als ik Jaap Hogetoorn goed begrepen heb, ging het hem vooral om het goede leven, dat je je geborgen weet, gedragen weet, daar niet aan verloren gaat. Dat je dat niet laat “Ik hou van het leven” zei hij de vrijdag vlak voor zijn heengaan nog, “angst voor de dood ken ik niet”, hij geloofde in een hemelhoog geborgen zijn hierna.

Zo was hij mens, zich een weg zoekend, een gepaste omgang zoeken met mensen, kinderen, kleinkinderen.

“Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is. Nu is mijn leven weer op weg gegaan naar hemelhoog. Een onder al die miljoenen daar heeft hij ook mij op het oog.” Dat was zijn opvatting voor het leven en in sterven.

Wij wensen kinderen, kleinkinderen, vrienden en vriendinnen, de mensen van de Kerkweg, van de gemeente Zuiderkogge sterkte toe nu deze markante man is heengegaan. We missen hem.

Ds.M. Camarasa