Overleden

Adriana Antonia mantel- Groot; Ada

* 22 november 1953
† 12 juli 2018

“Al die telefoontjes, brieven!”. Haar ogen twinkelden, haar gezicht bijna verbaasd, “Ik wist niet dat ik zo geliefd was!”. Man Cees naast haar op de bank, hond Jessy op schoot. Dit vlak voor haar sterven. De twinkeling in haar ogen won het dat ze het bijna niet kon geloven. Ontroerd door al die mensen, met haar familie in het centrum. Ze was ‘op’ kon’ niet meer vanwege haar longen en euthanasie de enige mogelijkheid om waardig te sterven.
Ontroerend was zij over een samenkomst op de zondag daaraan voorafgaand.
Zij was trots op dochter Diana kleinkinderen Amber, Rico, Noa.
Heel de familie was er tijdens haar afscheidsdienst en begrafenis.
De cirkel was rond, als een kring stonden ze om haar heen.

Elkaar nabij, zoals met de doop van Diana, van Bas, Belijdenis van Ada zelf, Cees belijdenis en doop door dominee van Andel in de gereformeerde kerk in de kloppestraat. Toen was er harmonie en eenheid.

Ze had zo gedroomd van een zuiver bestaan dat het er altijd mocht zijn, droomde van zachtheid, van kaarsen, pastelkleuren waren haar lief. Maar zo is het leven niet altijd. Haar zoon Bas stierf een aantal jaren geleden op jonge leeftijd.

Te midden van alle leven, van wel een wee was dit wat haar dreef: Haar geloof. “Al in jonge jaren zwijmelde ik van de verhalen” zei ze, “Johannes de doper, het verhaal van de vijf broden en de vijf vissen, Jezus de goede herder”.

Cees zei: “haar geest stuurde haar lichaam”, de geest gevoed door haar geloof, toen haar lichaam niet meer ging, bleef haar geest haar lichaam aansturen. Dat was haar kracht.

Vlak voor haar zoon stierf zei hij: ”Ik kom je halen als het je tijd is”.
Die tijd was het op 12 juli jl.

God is bij haar, zij bij haar God, “ik ga naar Bas “zei ze; cursiefzoals in Openbaringen zag ze dit voor zich, als haar geloof: ‘Zie de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volken zijn en God zal bij hen zijn, en hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag , noch moeite zal er meer zijn.’

Vergeten wij haar niet. Adriana Antonia mantel- Groot; Ada

Ds.M. Camarasa